Hypothese en Verwachting

Een hypothese is een verklaring voor een verschijnsel. Dit schrijf je niet in de ‘als – dan’ formulering. Het is een stelling.
In klas 1 heb je misschien plantjes in het donker en het licht laten groeien. De hypthese hierbij was: Plantjes groeien in het licht beter dan in het donker.

De verwachting hierbij is:
Als je 20 plantjes in het licht laat groeien en 20 plantjes in het donker, dan zullen de plantjes in het licht groter zijn dan in die in het donker.
Bij een verwachting heb je dus wel de ‘als…dan’ formulering.

De fasen van  een natuurwetenschappelijk onderzoek  (UIT THEMA 1 VAN BIOLOGIE VOOR JOU

Observatie
Het natuurwetenschappelijk onderzoek begint met observatie, ook wel waarnemen genoemd. In deze fase wordt een natuurverschijnsel waargenomen dat in aanmerking komt voor een nader onderzoek. Redi nam bijvoorbeeld waar dat in rottend vlees al snel maden te zien waren.

Probleemstelling
De tweede fase is de probleemstelling. De onderzoeker ervaart het natuurverschijnsel als een probleem en formuleert een probleemstelling. Een mogelijke probleemstelling van Redi is: hoe ontstaan maden in rottend vlees?

Hypothesevorming
In de derde fase wordt getracht een logische verklaring voor het probleem te geven. Deze fase noemen we de hypothesevorming. Hierbij stelt de onderzoeker een hypothese (veronderstelling) op. De hypothese van Redi is: maden in rottend vlees ontstaan uit de eieren van vliegen.

Experimentele fase
Na het opmaken van een hypothese begint de experimentele fase. In deze fase wordt de hypothese getoetst en wordt gekeken of de hypothese juist of onjuist is. De onderzoeker voert experimenten uit en verzamelt daarmee gegevens. Op basis van de hypothese kun je een verwachting uitspreken over de uitkomst van het experiment. Zo’n verwachting kun je als volgt formuleren: als … (hier wordt de hypothese ingevuld), dan … (hier wordt de uitkomst van het experiment ingevuld). Bij de experimenten wordt steeds gewerkt met twee groepen: een experimenteergroep en een controlegroep. In de experimenteergroep worden organismen blootgesteld aan een bepaalde invloed. De controlegroep ondergaat dezelfde proef, maar nu is deze invloed afwezig (de zogenaamde blancoproef). Per experiment mag maar één invloed tegelijk worden onderzocht. Voor de betrouwbaarheid van het onderzoek is het belangrijk dat beide groepen uit een groot aantal organismen bestaat.

Resultaten weergeven
In de vijfde fase worden de waarnemingen verricht en de gegevens verzameld. De resultaten worden vervolgens zo overzichtelijk mogelijk weergegeven. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van een diagram, grafiek of tabel.

Conclusie
Als laatste stap wordt er een conclusie opgemaakt. De onderzoeker vergelijkt de resultaten van het experiment met de hypothese. Indien de resultaten overeen komen met de verwachtingen kan de conclusie worden getrokken dat de hypothese juist is. Indien de hypothese onjuist blijkt te zijn zal de onderzoeker een nieuwe hypothese moeten opstellen en deze vervolgens met een nieuw experiment moeten toetsen.

Advertenties